|
|
|
|
|
Brief Ralph Nader:
March
17, 1980
Freddy Van
Gaever, President Ghemar
Avenue du Port
53
1020 Bruxelles
Belgium
Dear Mr. Van
Gaever:
Transportation
research has shown that the safety of vehicle occupants in
frontal crashes depends upon managing the crash energy so that
the vehicle structure reduces the energy to a level that
occupants in the passenger or driver compartment can survive.
Vehicles that lack adequate crush space in front of the
passenger compartment are far more likely than other vehicles to
subject occupants so fatal crash forces. Examples of such
vehicles include the Volkswagen Microbus and truck tractors with
cabs over the engine.
Occupant safety
must be designed into all types of vehicles, wether they are
traditional passenger cars, vans, or truck tractors. Occupant
safety requires motor vehicles to have adequate crush space,
energy absorbing structures in the crush space, and occupant
restraint systems. Such safety can and should be built into
vehicles without sacrificing crash avoidance, pedestrian
protection, and fire safety.
Efforts to
increase cargo capacity of vehicles, particularly vans and
trucks, by simply moving the passenger or driver compartment
forward to the bumper will degrade the motorist’s safety. Such
practices are specially unwise where they are done in an attempt
to evade uniform length restrictions on vehicles. Instead of
using loopholes that result in casualties on the highway,
industry should support regulations that protect the occupants
of vehicles through improved crashworthiness while protecting
the public through improved crash avoidance and pedestrian
protection.
Sincerely,

|
|
Het leven heeft geen prijs !
Geachte
website bezoeker,
waarover
gaat onze actie...?
Reeds
meer dan 25 jaar geleden toen Freddy Van Gaever aan het hoofd stond
van een van de toenmalig grootste wegvervoerbedrijven van Europa,
namelijk ONATRA S.A., schrok hij niet weinig toen hij op een
bepaalde maand niet minder dan 3 doden telde onder zijn chauffeurs.
Snel bleek de zogenaamde “frontstuurcabine” de grote schuldige
te zijn.
Freddy
begon toen onmiddellijk een actie voor het veranderen van enkele
"domme" wetten. Niemand wou hier luisteren. Hij trok dan naar Washington
en overtuigde Ralph Nader (zie brief in linkse
colom). In de U.S.A. paste men de wet aan en vandaag zijn
bijna alle vrachtwagens in de U.S.A. “langsnuiten”. In de meeste
staten is het zelfs verboden om kinderen met schoolbussen met een
frontstuurcabine te vervoeren. Velen onder u zullen wel de gele
schoolbussen kennen met de “Lange Snuit”.
In
1980 gaf Freddy Van Gaever via zijn persoonlijke onderneming
“FREVAG N.V.” een boek uit over dit onderwerp.

Het
boek werd in twee talen gedrukt “Het leven heeft geen prijs” en
“La Vie n’a pas de prix”.
Toen
schreef Freddy Van Gaever het volgende:
(zie
voorwoord in rechtse kolom)
In
Europa gebeurde ondertussen niets. Vrachtwagenchauffeurs kan men
niet vinden in politieke partijen, Senaten of Parlementen. Zij
werken hard en zijn steeds onderweg. Afspraken voor vergaderingen
kunnen ze nooit maken. Nochtans zijn ze talrijk en zouden in een
grote beweging of met een georganiseerde actie veel kunnen bereiken.
In België nam reeds een eerste chauffeursvereniging “TRANSINVER”
het initiatief:

In
2001 had België het voorzitterschap van Europa en meende Freddy Van
Gaever de tijd rijp voor een nieuw initiatief. De bedoeling was aan
de eerste Minister een copy van zijn boek te overhandigen, met
daarbij de handtekeningen van ALLE Antwerpse voorzitters van ALLE
politieke partijen. Freddy Van Gaever dacht dat de vervoershoofdstad
van ons land Antwerpen was, en het initiatief best vanuit de
wereldhaven Antwerpen vertrok. Aan de Premier zou gevraagd worden
dit initiatief tot wetsverandering op de Europese tafel te leggen.
Tot grote verbijstering van Freddy Van Gaever wou de SP alleen
tekenen (want ze vonden het ook een goed initiatief) indien men de
ondertekenaar van het Vlaams Blok zou schrappen !
Ontmoedigd
door dergelijke uitspraak gaf Freddy Van Gaever het nieuwe
initiatief op. “Iedereen moet het ondertekenen of ik stop ermee”
zei Freddy Van Gaever toen. Een poging om via de kabinet chef van
Steve Stevaert bleek te lukken, maar werd opnieuw in de kiem
gesmoord door de toenmalige SP voorzitter.
Nu
in 2004 werd Freddy Van Gaever zelf verkozen in ons Vlaams
parlement. Misschien zit de weigering van de SP in 2001 daar wel
voor iets tussen. We beginnen, na 25 jaar, dus terug opnieuw met een
actie om honderden mensenlevens per jaar te redden en het
vrachtwagenvervoer minder moorddadig te maken.
Bijzonder
de wet, waarbij voor iedere kilo dat men de vrachtwagen of oplegger
lichter maakt, men een kilo meer mag laden (alleen het totaal
gewicht op de grond, goederen + leeggewicht, telt), is idioot en
gevaarlijk te noemen. En dan maar verwonderd zijn dat er iedere dag
meerdere van deze rijdende tijdbommen omslaan of hun goederen
verliezen (luister maar naar de radio en kijk maar op tv).
Indien
u onze actie wil steunen (niet met geld, maar wel met uw hart)
gelieve dan het bijgevoegde gastenboek in te vullen en dan houden
wij u regelmatig op de hoogte van onze vorderingen (...of
tegenslagen).
Het
eerste wetsvoorstel, of beter gezegd, (want er zijn al teveel
wetten), het eerste voorstel om een wet te wijzigen van Freddy Van
Gaever zal over dit onderwerp handelen.
Wat
zouden we als Vlamingen fier kunnen zijn, als na korte tijd bewezen
wordt dat het aantal chauffeursdoden en het aantal zware ongevallen
met vrachtwagens (omslaan of ladingverlies met dikwijls rampzalige
gevolgen) sterk begint te dalen en daarna andere Europese landen het
Vlaamse decreet overnemen.
Het
is in het grootste transportland ter wereld, de U.S.A., gelukt... waarom
niet bij ons...?
|
VOORWOORD:
Op
24 mei 1979 overleed totaal onverwacht mevrouw Elain Bauwens.
Ze
was mijn moeder. Nog nooit had ik een ouder, echtgenote of kind
verloren.
Voor
de eerste maal in mijn leven werd ik geconfronteerd met een
dergelijk verlies. Het was voor mij een begin van een trieste
periode die vandaag nog niet is afgesloten.
Enkele
dagen na de begrafenis hield ik een toespraak bij DAF in Aartselaar,
ter gelegenheid van de aflevering van een eerste frontstuurtrekker
uit een reeks van 300 bestelde trekkers.
Reeds
jaren was ik er van overtuigd dat de wetgeving over de totale lengte
van bedrijfsvoertuigen een drama was voor de veiligheid van de
chauffeurs.
Dat
ik nooit enig initiatief had genomen om hiertegen iets te ondernemen
was niet het gevolg van gebrek aan interesse maar veeleer het besef
tegen de grote administraties weinig of niets te kunnen ondernemen.
Dit gevoel van machteloosheid was een soort verontschuldiging dat
ieder schuldgevoel wegnam. De dood van mijn moeder bracht me het
beeld voor ogen van de talrijke chauffeurs die het leven verloren
hadden in dienst van de bedrijven waar ik de verantwoordelijkheid
droeg. Ik dacht aan de wenende ouders, echtgenoten en kinderen die
ik meermaals op begrafenissen had ontmoet.
Ik
wist dat talrijke levens niet verloren zouden zijn gegaan indien de
afgestorvenen een ander type voertuig hadden bestuurd. Daarom stelde
ik de DAF-toespraak in het teken van de veiligheid en van de
noodzakelijke herziening van bepaalde wetten.
De
reactie was onvoorzien.
Verscheidene
journalisten namen terug contact voor interviews en begonnen
regelmatig over ons voorstel te schrijven.
Talrijke
chauffeurs, vervoerders en zelfs constructeurs moedigden me aan.
Vandaar dat nog geen jaar na deze toespraak een eerste boek over dit
onderwerp van de persen rolt.
Mijn
dank gaat in de eerste plaats naar de journalisten A. Courbez en W.
Heyninck die door hun onmiddellijk betuigde interesse voor dit
probleem uiteindelijk mede aan de basis lagen voor deze uitgave.
Het
is onze innige wens dat de verspreiding van dit boek er zal toe
bijdragen de veiligheid van het wegvervoer te verhogen.
Onze
eerste twee wensen zijn:
a)
Laat de wetgever de totale laadlengte van een oplegger of een
vrachtwagen of een vrachtwagen met aanhanger bepalen maar laat het
aan de vervoerders over er voor te plaatsen wat zij het beste
achten;
b)
Laat de wetgever voor deze zelfde voertuigen het totale toegelaten
laadvermogen bepalen en laat eveneens de vervoerders vrij er onder
te plaatsen wat zij verkiezen.
We
zijn er van overtuigd dat talrijke mensenlevens zouden gered worden
indien men de reglementen in die zin zou wijzigen.
Mijn dank gaat ook naar al diegenen die zo vriendelijk geweest zijn hun
medewerking aan dit boek te verlenen.
De talrijke aanmoedigingen uit binnen- en buitenland die me de laatste
weke bereikten, hebben me de overtuiging gegeven dat onze
inspanningen niet vergeefs zullen zijn.
Wommelgem, 5 maart 1980
Freddy Van Gaever
|
|